Ik bleef stokstijf in de hal staan.
Mijn hand klemde zich om mijn wandelstok.
Uit de woonkamer kwam een harde stem.
‘Waar is ze?’
Ik herkende de stem onmiddellijk.
Eva’s vader.
Daarna hoorde ik een deur dichtslaan.
Ik keek voorzichtig om de hoek.
Eva stond midden in de kamer.
Haar moeder zat op de bank met de baby in haar armen.
Maar wat me het meest verontrustte, was de man die voor Eva stond.
Hij hield een telefoon in zijn hand.
‘Ik heb je een simpele vraag gesteld,’ zei hij. ‘Waar is je moeder haar geld?’
Eva schudde haar hoofd……………